Trimschema

 

Bij de Australian Labradoodle komen 2 vachttypes voor: fleece en wol. Voor beide types geldt dat regelmatig borstelen door de eigenaar noodzakelijk is.

 

Tussen de 7 en 18 maanden wisselt de vacht van puppyvacht naar een volwassen vacht. In die periode is er zeer snel klitvorming.

 

De lengte van de vacht van de Australian Labradoodle is 10 tot 15 cm. Je kunt de vacht iets bijpunten of bijvoorbeeld op een lengte van ongeveer 5 cm knippen. Een lange vacht vinden veel eigenaren heel mooi, maar dan moet de eigenaar wel veel borstelen. Als de vacht wat korter geknipt wordt, blijft de Doodle leuk om te zien en gemakkelijker te onderhouden.

 

Je kunt de Australian Labradoodle het beste eerst knippen voordat hij gewassen en geföhnd wordt.

 

Knip de vacht op de gewenste lengte met een rechte schaar. Als het te ‘happerig’ wordt gebruik dan een effileerschaar.

 

Van de staart hoeft niet te veel afgeknipt te worden. Het moet in verhouding zijn met de rest van het lichaam. Als je besluit niets van de staart te knippen, knip dan wel wat haar weg aan de onderkant van de staart aan de basis en rondom de anus.

 

Het haar op de buik en in de oksels mag ook kort gemaakt worden.

 

De voorborst knip je vanaf het borstbeen tot onderkaak kort.

 

De voeten knip je mooi rond. Rondom de voet 1 cm haar laten staan. Let op dat je de voet niet te smal maakt.

 

Hoofd

De neusbrug tussen de ogen heel kort knippen, zodat de Australian Labradoodle zijn open blikt krijgt.

De snor mag op ongeveer 3 cm worden afgeknipt.

De oren tot op ongeveer 3 cm onder de kaaklijn knippen.

Onder het oor de vacht kort knippen voor een goede luchttoevoer. Je kan ook onder het oor door naar het andere oor de vacht kort scheren met b.v. 7 cm.

Boven de ogen, als het haar mooi valt hoef je daar niets weg te knippen. Anders iets bijknippen, maar let op dat de mooie lange wimpers blijven.

Van de rest van het hoofd kun je iets afknippen, hoofd moet met snor en sik een geheel vorm.

Let op, verwijder het haar goed uit de oren.

 

Nadat de Australian Labradoodle geknipt is, kan hij in bad en geföhnd worden. Daarna de storende pieken bijknippen. Knip de Australian Labradoodle niet te strak. Ze moeten er een beetje ruig blijven uitzien.

Voordat de Australian Labradoodle weer naar huis gaat, spuit je hem nog even een beetje nat met plantenspuit, zodat de ‘fluffylook’ weer verdwijnt.

 

Veel succes.

 

 

Australian Labradoodle Club Nederland